Naar Menu

HomeProjectenboekIntroductieDuurzaamheid van de nieuwbouw

Peter Kroon, Bart Truijens, Bob Mantel, Elseline van Gent

Duurzaamheid van de nieuwbouw

Opgeleverd en in de pijplijn

 

De gemeente Amsterdam zet in op een duurzame toekomst en stimuleert de markt om bij nieuwbouw en transformatie duurzame innovaties en technologische ontwikkelingen in te zetten. Daarbij wordt gestuurd op doelen (waterbergingsnorm, BENG-eis, et cetera) en niet op specifieke maatregelen.

 

De gemeente hanteert voor de duurzaamheid bij nieuwbouw randvoorwaarden en ambities die de eisen uit het Bouwbesluit aanvullen en soms (met toestemming van het Rijk) aanscherpen. Randvoorwaarden zijn de minimumeisen naast de eisen in het Bouwbesluit waaraan de nieuwbouw moet voldoen. Die zijn zodanig vastgesteld dat ze ook juridisch afdwingbaar zijn. Daarnaast zijn er de ambities, die verder gaan. De gemeente daagt de ontwikkelaars en woningbouwcorporaties uit om invulling te geven aan de ambities. Op de website www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaam-amsterdam/ duurzaam-ontwikkelen/ kunt u alle randvoorwaarden en ambities per duurzaamheidsthema bij elkaar vinden met daarbij ook de vastgestelde beleidsstukken die de randvoorwaarden borgen.

 

Bij de uitgifte van nieuwe bouwkavels stimuleert de gemeente ontwikkelaars om mee te gaan in de gemeentelijke wensen via het tenderbeleid. Bij de selectie van de partij die de kavel mag ontwikkelen weegt de score op het selectiecriterium ‘duurzaamheid’ altijd voor minimaal 30 procent mee. Dus, hoe duurzamer een door een ontwikkelaar ingediend nieuwbouwplan, hoe groter de kans dat hij de tender wint. Deze werkwijze leidt doorgaans tot inschrijvingen met zeer ambitieuze duurzaamheidsprestaties. Ook bij een-op-een afspraken is het aspect duurzaamheid altijd onderdeel van de afspraken.

 

De landelijke duurzaamheidseisen en de gemeentelijke randvoorwaarden worden regelmatig aangescherpt. Nieuwe wettelijke eisen gelden steeds op het moment van indienen van de aanvraag omgevingsvergunning. Er zit vaak een lange periode tussen de datum van indiening van de vergunningsaanvraag en de oplevering van een gebouw. Hierdoor kan het zijn dat een gebouw dat tijdens de ontwikkeling een voor dat moment prima duurzaamheidsscore heeft, op het moment van oplevering op gebied van duurzaamheid alweer wat gedateerd overkomt. De voortdurende aanscherping van de eisen en ook de toename van kennis en technische mogelijkheden leiden tot een voortdurende verbetering van de duurzaamheid van de nieuwbouw. De gemiddelde kwaliteit van de in dit Projectenboek beschreven opgeleverde woningen laat dat zien. Dit jaar zijn ook beschrijvingen van enkele recent gegunde tenders en recent in ontwikkeling genomen bouwprojecten opgenomen om een beeld te schetsen van de duurzaamheidsniveaus in de nabije toekomst. En het beeld dat die projecten schetsen is zeer positief.

 

De duurzaamheid bij de opgeleverde nieuwbouwwoningen uit 2020/20211
In de in dit Projectenboek beschreven periode zijn van 43 projecten met nieuwbouwwoningen gegevens aangeleverd over duurzaamheid. Bij 65 procent van die projecten heeft de ontwikkelaar aangegeven dat er duurzaamheidsafspraken zijn gemaakt die verder gingen dan het bouwbesluit, een stijging van ruim tien procentpunt met voorgaande jaren.

 

Net als vorig jaar zijn de meeste afspraken gemaakt over aardgasvrij bouwen2 (22 projecten). Ook over een lagere EPC dan wettelijke vereist (16 projecten) en over gebruik van duurzame materialen (9 projecten) zijn weer relatief vaak afspraken gemaakt. Opvallend is de schommeling in het aantal afspraken over de flexibiliteit/veranderbaarheid/ multifunctionaliteit van het gebouw. Dat is dit jaar bij 4 projecten het geval, vorig jaar was dat bij 11 projecten en het jaar dáárvoor bij 4 projecten. We zien graag meer flexibiliteit bij gebouwen zodat bij een eventuele toekomstige functieverandering minder snel sloopnieuwbouw of een grote verbouwing nodig is, en dat is duurzamer. Bij 7 projecten zijn er afspraken gemaakt over waterberging op het perceel3. Naast de nieuwbouwwoningen zijn er ook 473 woningen gerealiseerd in 8 projecten door transformatie van bestaande gebouwen. Bij slechts twee van die projecten zijn afspraken gemaakt over duurzaamheid, beide keren over meer duurzaam materiaalgebruik. Bij een van die projecten zijn ook afspraken gemaakt over meer flexibiliteit van het gebouw.

 

De energieprestatie bij de nieuwbouw
De wettelijke eisen voor de EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt) zijn de afgelopen jaren aangescherpt (van 0,8 in het landelijk Bouwbesluit vóór 2015 naar landelijk 0,4 en in Amsterdam zelfs naar 0,2 (sinds februari 2019 via de Crisis en Herstelwet met toestemming van het Rijk).
Sinds 1 januari 2021 geldt de nieuwe BENG norm als landelijke eis, een andere systematiek met ongeveer de zelfde energieprestatie als voorheen de landelijke EPC-eis van 0,4. Amsterdam wil een ‘Amsterdamse BENG’ die aansluit op de Amsterdamse EPC-eis van 0,2. Deze Amsterdamse BENG kan worden ingevoerd wanneer dat juridisch mogelijk is. Tot die tijd gelden de reeds gemaakte afspraken of de landelijke norm. De dit jaar opgeleverde woningen hebben allen nog een vergunning gebaseerd op de EPC-systematiek.

 

In de grafiek is te zien dat de gemiddelde EPC score van de nieuwbouwwoningen in de afgelopen jaren flink is gedaald maar de afgelopen twee jaren is deze daling gestokt. Een mogelijke oorzaak hiervan is het kleinere aantal opleveringen in de Houthaven. De Houthaven, vanaf 2013 in ontwikkeling, was door gemeente en Rijk aangewezen als ‘excellent gebied’ voor energieneutraal bouwen. Dat hield in dat de gemeente daar bij wijze van proef een EPC-eis van 0,15 mocht opleggen. Opgeleverde projecten in de Houthaven, met een EPC van 0,15, hebben de laatste jaren de gemiddelde EPC score positief beïnvloed.

 

De dit jaar in Amsterdam behaalde gemiddelde EPC score van 0,33 is overigens nog steeds ruim beter dan de landelijke eis van 0,4 en ook een beter niveau dan de begin dit jaar landelijk ingevoerde BENG norm. De verwachting is dat, met het uit de planvoorraad verdwijnen van oude projecten met een omgevingsvergunning op basis van oude eisen, de verdere aanscherpingen van de nieuwe eisen en de duurzaamheid stimulerende werking van het tenderbeleid, de gemiddelde energieprestatie de komende jaren verder zal verbeteren.

 

 

 

De EPC scores van de nieuwbouw appartementen liggen tussen de 0,9 en -0,05. Bij tien projecten is de EPC 0,2 of lager (725 woningen).

 

Bij de nieuwbouw eengezinswoningen zijn er 5 projecten met een ECP van tussen de 0,15 en 0,4.

 

Bij renoveren en transformeren zijn de duurzaamheidseisen en ook de duurzaamheidsprestaties doorgaans wat lager. Bij de 4 renovatie- en transformatieprojecten waarvan EPC scores bekend zijn liggen die scores tussen de tussen de 1,05 en 0,4.

 

Voor de primaire energie blijft stadsverwarming populair. Van de projecten is 71 procent aangesloten op stadsverwarming en 25 procent heeft een WKO (warmte-koudeopslag) in de bodem.

 

In 92 procent van de projecten zijn fotovoltaïsche cellen (PV-panelen) toegepast. Verleden jaar was dat 90 procent dus het lijkt erop dat gebruik van zonne-energie inmiddels de standaard is geworden in Amsterdam.

 

Toepassing van duurzaam hout

Gebruik van hout kan de milieuprestatie van gebouwen verbeteren. Hout is een 100 procent circulair materiaal dat CO2 opslaat. Het is natuurlijk wel belangrijk dat het gebruikte hout duurzaam wordt geproduceerd, met respect voor de natuur en voor de mensen die leven in houtwinningsgebieden en/ of werkzaam zijn in de houtsector. Er zijn verschillende labels voor duurzaam hout, maar volgens maatschappelijke organisaties en wetenschappers biedt alleen het keurmerk van de Forest Stewardship Council (FSC) de garantie dat bij de productie van het hout objectieve en meetbare minimumeisen zijn gehanteerd. Daarom roept de gemeente Amsterdam alle ontwikkelaars en bouwbedrijven al jaren op alléén hout met het FSC-keurmerk te gebruiken4.

 

Er is bij de opgeleverde projecten dit jaar melding gemaakt van 63 houttoepassingen. In 30 gevallen gaat het om gebruik voor gevelbekleding of buitenkozijnen, 6 maal om hekken, vlonders of terrasdelen, en 27 keer is hout voor andere gebouwonderdelen gebruikt.

 

Bij 40 van de 63 toepassingen is aangegeven dat FSC-hout is gebruikt, dat is in 63 procent van de gevallen. Verleden jaar was dat overigens nog in 83 procent van de gevallen. Bij één project is gebruik gemaakt van sloophout, dat is natuurlijk ook heel duurzaam.

 

Ook blijft de goede administratie om gebruik van FSC-hout echt te kunnen aantonen een aandachtpunt. Om te kunnen garanderen dat gebruikt hout echt FSC-hout is moet het CoC (Chain of Custody)-nummer van de hoofdaannemer geleverd worden. Bij 7 houttoepassingen bleek dat mogelijk. Een correct CoC-nummer van een houtleverancier of onderaannemer maakt het wel aannemelijk dat er FSC-hout is toegepast, maar helemaal zeker is het niet. En in bijna de helft van de gevallen (18 van de 40) is helemaal geen (kloppend) C0C-nummer gegeven. Dus dan het is wel mogelijk dat er FSC-hout is toegepast, maar het is niet aan te tonen. De conclusie zou hieruit kunnen zijn dat het inmiddels normaal is om FSC-hout te gebruiken, maar nog niet alle ontwikkelaars doen mee en de administratie moet nog een stuk zorgvuldiger.

 

Milieu Prestatie Gebouwen (MPG)

De afgelopen jaren konden veel projecten geen MPG score overleggen. Sinds 1 januari 2018 is er een verplichting om een MPG berekening met een maximum grenswaarde van 1,0 te leveren bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor nieuwbouwprojecten. Sinds 1 juli 2021 is de MPG voor woningen aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Het maken van een MPG berekening is dus niet langer vrijblijvend. Verleden jaar was bij 14 procent van de opgeleverde projecten een MPG score bekend. Dit jaar is dat bij 22 procent van de opgeleverde projecten het geval en de verwachting is dat het aantal opgeleverde projecten waarbij de MPG bekend is de komende jaren snel zal oplopen. Er zijn nu nog te weinig gegevens om iets te kunnen zeggen over ontwikkelingen in de gemiddelde MPG score in Amsterdam, maar de cijfers tonen wel aan dat het halen van scores die flink beter zijn dan wettelijk vereist, haalbaar is. De elf opgegeven MPG scores liggen allen tussen de 0,9 en 0,41. Zeven projecten hebben een MPG score van lager dan 0,65.

 

Voorsorteren op elektrische mobiliteit
Van 33 projecten waarbij parkeerplaatsen zijn gerealiseerd zijn gegevens aangeleverd over de mogelijkheid voor elektrisch opladen. Bij 17 projecten zijn elektrische oplaadpunten beschikbaar, bij nog eens 10 projecten is dat bij de oplevering nog niet het geval, maar zijn wel voorzieningen getroffen om dat in de toekomst mogelijk te maken. Dit betekent dat bij 82 procent van de projecten rekening is gehouden met een meer duurzame mobiliteit in de toekomst. Er waren nog 6 projecten met parkeerplekken zonder elektrisch oplaadfaciliteiten bij de oplevering en waar ook geen rekening is gehouden met een toekomstige aanpassing.

 

Rainproof en biodiversiteit
Bij 59 procent van de projecten zijn rainproof maatregelen genomen, een lichte stijging ten opzichte van voorgaande jaren. Het meest populaire middel was het toepassen van een vegetatiedak (bij 39 procent van de projecten). Regenopvang in groen in (gevel)tuinen werd bij 28 procent van de projecten toegepast. Bij negen projecten is melding gemaakt van het plaatsen van nestkasten voor vogels en of vleermuizen. De gemeente wil graag dat meer gebouwen natuurinclusief worden gebouwd en stimuleert ontwikkelaars dat te doen. In gemeentelijke tenders is een inspanning op dit gebied inmiddels een randvoorwaarde geworden.

 

Enkele duurzame opgeleverde projecten uitgelicht

 

Hieronder staan ter illustratie drie projecten beschreven met een bovengemiddelde duurzaamheidsprestatie; een project van een ontwikkelaar, een project van een groep zelfbouwers en een project van een woningcorporatie. Bij twee projecten wordt behalve op duurzaamheid ook duidelijk ingezet op verlevendiging van de directe omgeving door in het gebouw aanvullend programma toe te voegen in flexibel te gebruiken of aanpasbare ruimten.

 

Westbeat

Opdrachtgever: Lingotto, Stichting Achmea Dutch Residential Fund

Architect: Studioninedots

Aannemer: Heddes Bouw & Ontwikkeling

 

De ‘entree’ van Nieuw-West via de Lelylaan is flink gewijzigd met de constructie van Westbeat, een alzijdig wooncomplex met 128 vrije sector huurwoningen en 22 middeldure huurwoningen. Met name door de multifunctionele ruimte in de plint voor horeca, (creatieve) bedrijven en een cultureel podium, met grote raampartijen die zicht bieden op de binnenruimte. Deze collectieve ‘Superspace’, een 8,5 meter hoge, transparante, doorlopende publieke ruimte van 65 bij 50 meter, die flexibel te gebruiken is met een constructie van sculpturaal vormgegeven bogen, lokt passanten het gebouw in.

 

 

Zoals bij meer projecten waarbij de grondpositie via een gemeentelijke tenderprocedure is verkregen scoort het gebouw zeer goed op duurzaamheid. Uiteraard is het gebouw gasloos. De EPC van deze energieneutrale woningen is met -0,05 bijzonder laag. Er wordt daarvoor gebruik gemaakt van stadsverwarming en fotovoltaïsche cellen en daarnaast van een Hotfill installatie voor de vaatwasser en wasmachine, van duurzame koeling middels een warmte besparend en efficiënt ventilatiesysteem (drycooling) en van bijzonder goede isolatie. Voor het gemengde programma onderin het gebouw is de EPC 0,98. Ook de constructie van het gebouw is duurzaam geweest, de MPG is 0,53 en de GPR 7,92. Er is een groene muur in de noordgevel verwerkt die zowel geluid als fijnstof absorbeert. Ook houdt het gebouw door middel van deze groene wand, het waterbergende vegetatiedak dak en de collectieve binnentuin op hoogte, regenwater vast én draagt het bij aan de biodiversiteit. Er zijn 117 auto parkeerplekken gerealiseerd op de kavel en daarvan beschikken er 10 over laadpalen voor het opladen van elektrische auto’s.

 

PUUUR IJCE

Opdrachtgever: Bouwgroep Samen in Amsterdam
Architect: Atelier PUUUR
Aannemer: Vink Bouw

 

Het nieuwste eiland van IJburg dat momenteel in aanbouw is, Centrumeiland, heeft plaats voor ongeveer 1.500 woningen waarvan 70 procent door zelfbouwers zal worden gerealiseerd. PUUUR IJCE is een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap project met 5 middeldure koopwoningen (maximaal € 306.000) en 20 vrije sector koopwoningen.

 

 

De EPC van 0,1 is bereikt door gebruik te maken van aardwarmte, het gebouw is aangesloten op een collectieve warmte/koudeopslag in het gebied en er is gebouwventilatie door middel van een warmteterugwinningsysteem . Stroom wordt opgewekt met de fotovoltaïsche cellen op het dak die zijn verbonden met de privé meterkasten van de woningen. Het gebouw is aardgasvrij. Het pand heeft een vegetatiedak en een waterberging capaciteit van 60 mm/uur. Het regenwater wordt gebruikt voor het groen in de omgeving. Het hele Centrumeiland is rainproof van opzet. Het eiland is vormgegeven als een soort ‘terp’. Plantsoenen tussen de bouwblokken functioneren als wadi’s waarin regenwater kan worden opgenomen en tijdelijk geborgen. Naast het dakterras is er ook een gezamenlijke tuin op de begane grond. Ook zijn er groenstroken langs de gevel aangelegd en een deel van de gevel zelf is ook groen. De inpandige ondergrondse parkeerkelder biedt plaats aan 22 parkeerplekken waarvan vier met laadpunten voor elektrische auto’s. Bij een deel van andere parkeerplekken zijn al loze leiding aangelegd voor de toekomstige aanpassing naar elektrisch vervoer.

 

Lycka
Opdrachtgever: Eigen Haard
Architect: Team Paul De Vroom + Sputnik
Aannemer: Hillen & Roosen

 

Het gebouw Lycka (Zweeds voor ‘geluk’) van Eigen Haard bevat 118 sociale woningen, waaronder 28 voor studenten en 26 eenkamerwoningen voor kunstenaars. Beneden is atelierruimte voor kunstenaars en een buurtruimte met expositieruimte. Het gebouw maakt deel uit van de transformatie van het gebied rond station Sloterdijk van monofunctionele kantoorlocatie naar een gemengd stuk stad met werken, wonen en voorzieningen.

 

Duurzaamheid speelde een grote rol bij deze ontwikkeling. Dat zit al in de keuze voor woningbouw door verdichting en inbreiding in plaats van door uitbreiding van de stad in groengebieden in de omgeving. Dit gebouw, niet ver van het centrum en naast een OV-knooppunt, heeft helemaal geen parkeergarage. Er is wel een grote fietsenstalling met 270 plekken. De muren aan de grote collectieve tuin op de vijfde verdieping zijn groen ingericht. Het gebouw bestaat uit opgestapelde blokken en de bedoeling is dat het derde blok helemaal groen begroeid wordt. De beplanting van de muren is afgestemd op de gevel oriëntatie. De tuin is niet alleen een prettige plek voor de bewoners om te zijn, het draagt ook bij aan de biodiversiteit in de stad en het werkt als berging van regenwater bij buien. Het gebouw is aardgasvrij, is aangesloten op stadsverwarming, beschikt over fotovoltaïsche cellen en een collectieve warmterugwinningsunit waarmee warme lucht weer wordt teruggebracht de woningen in. Daarmee is een EPC van 0,15 behaald.

 

 

 

De blik vooruit

 

Welke kant het opgaat met de duurzaamheid in de nieuwbouw is deels af te leiden uit recent gegunde tenders en gemaakte ontwikkelafspraken met bouwende partijen. Daar zien we zeer hoge duurzaamheidsambities bij projecten die binnen een termijn van ca. twee tot drie jaar worden gerealiseerd. De ontwikkelaars zetten in op hoge prestaties op meerdere duurzaamheidsthema’s op gebouwniveau. Vooral door het gebruik van houtbouw, vindt een verandering plaats in bouwtechniek en constructie en daarmee ook in architectuur. Een andere belangrijke trend is dat wateropvang en groen worden gecombineerd en bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.

 

Tenders, herontwikkelingen (sloop-nieuwbouw) en overeenkomsten met woningcorporaties zijn voorbeelden van ontwikkelwijzen die sterk van elkaar verschillen in de juridische relatie tussen gemeente en ontwikkelende partij. Bij tenders worden ontwikkelaars geselecteerd mede op de duurzaamheidsprestatie van hun inschrijving. Bij transformaties worden ontwikkelaars gestimuleerd om verder te gaan dan de gemeentelijke randvoorwaarden voorschrijven en met corporaties worden duurzaamheidsafspraken opgenomen in samenwerkingsafspraken. Naast de verschillende ontwikkelwijzen worden er uiteraard ook veel verschillende gebouwtypologieën ontwikkeld. Ondanks deze grote variatie, worden veel toekomstige ontwikkelingen met hoge duurzaamheidsprestaties voorzien. Zo is 80 procent van de inzendingen van de tenders energieneutraal of beter, noemt ca 60 procent van de inzendingen hout als constructiemateriaal en is er vaak ook nog ruimte voor natuurinclusief bouwen en wateropvang.

 

De stap naar energieneutraal en verder

Amsterdam zet al vele jaren in op een duurzame en efficiënte energie huishouding bij nieuwbouwwoningen. Amsterdam hanteerde een EPC-eis van 0,2 in plaats van de EPC 0,4 uit het landelijke bouwbesluit. Nu BENG de norm is geworden wil Amsterdam zo snel als juridisch mogelijk een ‘Amsterdamse BENG’ norm hanteren die ongeveer gelijk is aan die EPC 0,2.

 

 

Recent zijn verschillende tenders gegund waarbij alle inschrijvingen zeer hoog presteerden. Denk daarbij aan een gemiddelde energie prestatie met BENG 2 (aandeel primair fossiele energie in kWh/m2 gebruiksoppervlak per jaar) van 4 tot -14. De projecten Horizons, Studio 1106 en Poppies laten nog betere prestaties zien, respectievelijk -23 voor de BENG 2 waarde en EPC van -0,34. Met andere woorden, het aandeel fossiele energie is zeer laag of zelf negatief: het gebouw produceert meer duurzame energie dan het vraagt. Het surplus kan door bewoners gebruikt worden voor bijvoorbeeld de koelkast of voor het opladen van de auto. Ook op andere projecten in Buiksloterham, op de Zuidas en op het Centrumeiland worden vergelijkbare prestaties gehaald. Zelfs bij een complexe herontwikkelingsopgave als The Ensemble in Zuidoost, is veel aandacht voor het energievraagstuk: in hoogbouw van 115 m wordt de Amsterdamse BENG gehaald (60-20-70).

 

Houtbouw als nieuwkomer

 

FITz

 

Een belangrijk onderdeel van de bouwopgave van de toekomst is het efficiënt omgaan met grondstoffen en dus bouwmaterialen. Binnen het brede begrip circulair bouwen is duidelijk een beweging gaande naar meer houtgebruik. Na voorlopers zoals bijvoorbeeld Hotel Jakarta, Patch22 en HAUT (volgend jaar in het Projectenboek) wordt in steeds meer gebouwen hout gebruikt als constructiemateriaal en voor gevelelementen. Een paar voorbeelden hiervan zijn Kelbergen (700 woningen, 80 procent houtgebruik), FITz, Poppies, Spectrum, De Warren en Juf Nienke, allen in ontwikkeling. Hoewel de regelgeving nog niet goed aansluit bij de praktijk, leidt gedeeltelijke houtbouw tot een aanzienlijk lagere milieudruk van de bouw (MPG score) en gaat in veel gevallen samen met een bouwmethodiek die leidt tot een flexibele indeelbaarheid van het gebouw. Houten elementen van het gebouw zijn vaak demontabel en herbruikbaar. In verschillende projecten is gestreefd naar het toepassen van een hoog percentage (60-80 procent) herbruikbare materialen en hergebruikte materialen.

 

Een natuurinclusieve en klimaatbestendige leefomgeving

 

Door de verdichting van de stad en nieuwe hevige klimaatscenario’s ontstaat er een nieuwe ontwerpopgave. Het bergen van hemelwater en vergoenen van gebouw en buitenruimte mét ecologische kwaliteit wordt steeds meer onderdeel van het architectonisch ontwerp. Dit komt tot uiting de collectieve binnentuinen, terrassen, daken maar ook in de gevel. En daarmee heeft deze klimaatopgave effect op de directe buitenruimte van de woning maar ook op de ervaring van de straat of stad. Zo is bijvoorbeeld op Patchwork, Studio 1106 en Horizons in de Sluisbuurt veel aandacht besteedt aan een groen binnen gebied en zetten projecten als Poppies en Vertical in op groene terrassen. Om het groen van voldoende water te voorzien, wordt vaak het regenwater lokaal opgevangen, gebufferd en teruggebracht naar de groene delen van het plan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Collectieve Lage Temperatuur Warmte systemen

 

Studio 1106

 

Waar mogelijk stimuleert Amsterdam in de nieuwe gebiedsontwikkeling de aanleg van collectieve Lage Temperatuur Warmte (LTW) systemen. Daar zijn twee belangrijke redenen voor, namelijk de drukte in de ondergrond en de duurzaamheid van LTW-systemen. Amsterdam bouwt intensief boven de grond en dat betekent dat de ruimte voor alle nutsvoorzieningen ondergronds zo efficiënt mogelijk geordend moet worden. In de meeste gebieden is er niet genoeg ruimte voor individuele warmte oplossingen, zoals een WKO. En als er veel individuele WKO’s in een gebied zijn, kunnen ze elkaar bovendien beïnvloeden waardoor ze minder goed functioneren. Voor de levering van warmte geldt dan ook dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt gaat worden van LTW-systemen. Een ander belangrijk voordeel van een collectief LTW-systeem is dat het heel duurzaam is waardoor de ontwikkelaar makkelijker kan voldoen aan de BENG 2 (tot 15 kWh/m2) en BENG 3 (tot 70 procent) eisen ten behoeve van de Omgevingsvergunning. Amsterdam heeft al enkele LTW concessies aanbesteed (Centrumeiland, Weespertrekvaart Oost en Midden, Amstelkwartier 3e fase en Kauwgomballenfabriek) en is bezig met het voorbereiden van de aanbesteding van de concessie Strandeiland. Voor deze gebieden is een Warmteplan opgesteld. Dat betekent dat de nieuwe gebouwen moeten aansluiten op het collectieve systeem tenzij de ontwikkelaar zelf een duurzamere oplossing heeft. Naast een Warmteplan wordt het gebied aangewezen als interferentiegebied en wordt een bodemenergieplan opgesteld. Deze maatregelen zorgen ervoor dat het collectieve systeem geen last krijgt van eventuele individuele oplossingen in het gebied.

 

1] Uitgaand van de door de projecten zelf aangeleverde informatie. De in de analyse genoemde gemiddelden zijn per onderwerp op basis van de projecten waarvoor informatie beschikbaar is.
2] Op 1 juli 2018 is aardgasvrij bouwen een wettelijke voorwaarde geworden voor het krijgen van een bouwvergunning. Voor die datum werden hierover aparte afspraken gemaakt.
3] Op 10 mei 2021 is de Hemelwaterverordening gepubliceerd en is waterberging op eigen kavel bij nieuwbouw verplicht gesteld. Voor die datum werden hierover aparte afspraken gemaakt.
4] Voor meer informatie over FSC-hout, ga naar de website www.fsc.nl/nl-nl

  


Over deze site

Disclaimer