Naar Menu

Gemeente
Amsterdam
Gebouwd in Amsterdam
Home2010-2011Zuiderkerkprijs 2011

Zuiderkerkprijs 2011

Frank Uffen

 

In 2011 wordt de Zuiderkerkprijs, een onderscheiding die de gemeente Amsterdam jaarlijks toekent aan de opdrachtgever en architect van het beste woningbouwproject in de stad, voor de veertiende keer uitgereikt. Bij de beoordeling spelen criteria als architectonische en stedenbouwkundige uitwerking, programma en typologie in zijn context, prijs-kwaliteitverhouding, duurzaamheid en aanpasbaarheid een rol. Doorgaans moet gekozen worden uit een totaal van veertig tot negentig woningbouwprojecten. Omdat dit aantal te groot is om op een dag te bezoeken, is de procedure zo dat zes deskundigen van het Ontwikkelingsbedrijf, onder wie de Woningbouwregisseur, een voorselectie maken uit de jaarproductie, die vervolgens aan de jury wordt voorgelegd. De jury heeft het recht zelfstandig nog projecten toe te voegen, waarvan dit jaar geen gebruik is gemaakt.
De uiteindelijke keuze van de voorselectiecommissie is mede bepaald door de verspreiding van de projecten over de stad, de diversiteit aan karakteristieken van de projecten en de mate waarin bepaalde vernieuwende thema’s in projecten zijn verwerkt. Dat in ogenschouw genomen, heeft de voorselectiecommissie besloten dit jaar twaalf projecten voor te leggen aan de externe jury.

Op grond van aangeleverd materiaal heeft de jury de voorselectie individueel bestudeerd en vervolgens gezamenlijk bezocht. Op alle locaties is ter plekke een toelichting gegeven door de architect, opdrachtgever of anderszins betrokkenen. Bovendien zijn een of meerdere woningen bezocht, meestal in aanwezigheid van de bewoners. De jury besprak tijdens de dag de criteria en kwam tot de definitieve keuze welke criteria doorslaggevend moesten zijn om de uiteindelijke winnaar van de Zuiderkerkprijs te kunnen bepalen. Aan het einde van de excursiedag werden drie projecten genomineerd, waarvan er één het winnende project is.

 

De jury Zuiderkerkprijs 2011 bestond uit: Martien de Vletter, uitgever SUN Architecture en voorzitter van de jury; Frank Uffen, consultant en oprichter Buena Gente & Co, marketeer City Living-The Student en verslaglegger van de jury; Dick van Gameren, architect-directeur van Dick van Gameren architecten en genomineerd voor de Zuiderkerkprijs 2010.

 

De jury werd ondersteund door Sabine Lebesque, architectuurhistoricus en adviseur van de afdeling Regie Productie van het OGA, en door Femke Truijens, redactiemedewerker van het Projectenboek en de Projectenwebsite.

 

De Prijs

Dit jaar is de opdracht voor het maken van de Zuiderkerkprijs uitgevoerd door de in Amsterdam wonende en werkende beeldend kunstenaar Sasja Scherjon (1958). Het resultaat is een verzameling van vijf objecten in diverse soorten klei, vormen, witten, texturen en structuren. Scherjon werkt vooral met klei en porselein en haar werk bevindt zich op het grensgebied tussen kunst en toegepaste kunst. Haar liefde voor klei dateert al uit haar vroege jeugd. Als klein meisje sjouwde ze klei naar de zolder van het grote herenhuis waar ze opgroeide en maakte daar haar eerste werkjes. Later deed ze veelvuldig onderzoek naar dit materiaal op het Europees Keramisch Werkcentrum in ’s-Hertogenbosch. Later zijn daar de materialen glas en porselein bij gekomen omdat licht een belangrijk element in haar werk werd. Voor de bouwkundige toepassingen die ze tegenwoordig ontwerpt, gebruikt ze meestal klei, porselein en glas die ze bewerkt in haar eigen werkplaats. In combinatie gebruikt ze andere materialen als beton, koper, brons en hout. Ze streeft ernaar werk te maken dat de zintuigen prikkelt. Een rode draad in haar beroepspraktijk is het samenwerken met architecten en grafisch ontwerpers, vanuit de overtuiging dat bundeling van expertise en disciplines leidt tot een meerwaarde in het uiteindelijke product. Een van de objecten van de Zuiderkerkprijs is tot stand gekomen in samenwerking met grafisch vormgever Bert Dautzenberg, waarmee ze ook de ingang voor het Dienstencentrum Amsterdam Oost aan het ‘s-Gravesandeplein ontwierp. Met moderne lasertechnieken en ambachtelijke materialen zijn twee witte, keramische panelen aan weerskanten van de grote toegangspoort gemaakt die samen het huisnummer van het gebouw vormen. Voor chocolaterie Puccini Bomboni ontwierp Scherjon in samenwerking met pd+p architecten en Dautzenberg de porseleinen achterwand en het lichtornament. Ze ontwikkelde een procédé waarmee ze flinterdun en met grote vormvrijheid porselein kan produceren: het porselein smelt door het stoken op hoge temperatuur en wordt doorschijnend. Momenteel werkt Scherjon aan een opdracht voor het speelterrein van de Nicolaas Maes Basisschool, in aansluiting bij het vernieuwde gebouw, waarbij design, beplanting en (toegepaste) kunst zijn geïntegreerd in het architectonisch ontwerp. www.sasjascherjon.nl

 

De jury en de beoordeling

De jury van de Zuiderkerkprijs 2011 heeft dit jaar twaalf door het OGA voorgeselecteerde projecten bezocht en beoordeeld op één maandag in oktober. De expertise van de jury – architectuur, architectuurgeschiedenis en marketing - was uiteenlopend en aanvullend. De Zuiderkerkprijs is een architectuurprijs voor het beste woningbouwproject. Voor een marketeer en een architectuurhistoricus heeft architectuur echter een andere waarde en betekenis. Innovatie in architectuur betekent niet perse hogere waardering van de gebruiker of groter woongenot. Voor een juryrapport betekent dat soms appels en peren vergelijken, maar voor deze jury maakte het de beoordeling juist eenvoudiger. Bij de selectie van de winnaar heeft de jury vooral gezocht naar een vanzelfsprekende samenhang tussen product (kwaliteit van de woning en gebouw), doelgroep (voor wie is) en locatie (past het in de buurt). De architectuur is daarbij dienend en ondersteunend. Indien goed gedaan versterkt de architectuur de beleving en de kwaliteit van zowel de woning als de woonomgeving.

 

Het bezoeken van de projecten leidde tot levendige discussies over de betekenis van de woningplattegrond voor het woongenot, de rol van de ontwikkelaar/opdrachtgever en de architect, de prioriteiten bij het product wonen, levensloopbestendig versus toekomstbestendig, luxe en uitstraling. Deze thema’s komen terug in de beoordeling van de projecten. Naast de woonkwaliteit, de architectuur en de relatie met de omgeving was de jury even geïnteresseerd in de vraag: ‘Zou u als opdrachtgever het project onder de huidige omstandigheden opnieuw doen?’

 

Opvallend in 2011

  • De ontwikkelaar als ondernemer: In de meeste projecten was nog een flink aantal woningen te koop of te huur. Juist die laatste units betekenen voor de opdrachtgever winst of verlies. We hadden meer creativiteit en strategisch denken verwacht in de manier waarop ontwikkelaars en architecten zijn omgegaan met de dramatisch veranderende omstandigheden in de markt. Waarom niet het product ombouwen of radicaal anders in de markt zetten? De bescheidenheid van opdrachtgever in de presentaties viel daarbij op. Dat vond de jury opmerkelijk want juist tijdens een crisis moet de ontwikkelaar zijn rol als ondernemer pakken en alle zeilen bij zetten. De meeste opdrachtgevers lieten het woord aan de architect. De meeste presentaties begonnen met het benoemen van de beperkingen en de complexiteit van het project in plaats van de kansen een nieuw product neer te zetten dat past bij de doelgroep en de locatie.
  • Flexibiliteit en rendement: Naast consument-georiënteerd en locatiespecifiek ontwerpen en ontwikkelen is dit jaar financieel rendement voor alle juryleden een belangrijk punt van aandacht geweest in de beoordeling. Hoewel de cijfers ontbraken om de business case van de projecten te beoordelen hebben we alle corporaties en commerciële ontwikkelaars gevraagd of zij het project onder de huidige financiële condities opnieuw zouden doen. Slechts een van de twaalf antwoordde daarop positief. De reden? De opbrengsten zijn onvoldoende om de kosten te dekken. Twee jaar geleden kon dat nog, nu niet meer. Dat zegt veel over de mate waarin commerciële en non-profit opdrachtgevers in staat zijn geweest hun projecten en producten gedurende het ontwikkelingsproces aan te passen.
  • Duurzaamheid: Opvallend is dat het thema duurzaamheid geen enkele prioriteit leek te hebben gehad in de bezochte projecten. Door zowel de architecten als de opdrachtgevers werd het nauwelijks genoemd. De jury heeft het thema duurzaamheid daarom vooral geïnterpreteerd vanuit sociaal-maatschappelijk (goed voor de wijk?) en financieel (rendement versus waardevast?) perspectief.
  • Function follows form: We hadden als jury gehoopt op meer innovaties in het product 'wonen'. Een Canadese ontwikkelaar stelde eens dat het hem leek of we in Nederland houses bouwen in plaats van homes. In veel projecten leek de indeling van de woning ondergeschikt aan de toegepaste bouwmethode en een vooraf vastgestelde vorm van de bouwmassa.
  • Luxe: Het onderscheid tussen vrije sector en sociale huurwoningen was soms nauwelijks te zien. Dezelfde maten, vormen en afwerking van kamers. Nieuwe woningindelingen, voorzieningen, kleine details en praktische innovaties in keukens, badkamers, bergruimten zijn zaken die het woongenot sterk bepalen en de aspiratie van kopers en huurders kunnen vergroten.

 

Wat de lange termijn effecten van deze ontwikkelingen zullen zijn voor de Zuiderkerkprijskandidaten zal gaan blijken. Maar de jury hoopt dat juist zowel de ontwikkelaar als de architect zich meer gaan inzetten voor de kwaliteit van het woonproduct. Want daar valt veel te winnen.

 

De drie genomineerden

Na het bezoeken van alle twaalf projecten kwam de jury snel en anoniem tot haar keuze van de drie genomineerden van 2011:

 

  • Het Spoor van FKG Architecten aan de Zaan en opdrachtgever De Key;
  • De Keyzer van FRANTZEN et al architecten en opdrachtgever De Key;
  • Borneohof van architecten Geusebroek Stefanova in opdracht van De Alliantie.

 

Oordeel van de jury

Volgens de jury onderscheiden de drie genomineerde projecten zich door de juiste samenhang van doelgroep, product, locatie en kwaliteit. Passend in de stedelijke context, niet gekunsteld en niet geforceerd. Wellicht niet hemelbestormend, maar wel goed doordacht en met ambitie, visie en vakmanschap vormgegeven en ontwikkeld.

 

De drie projecten zijn ontwikkeld in sociaal-economisch opkomende maar kwetsbare buurten. De gekozen programma’s en ontwerpen - een nieuw plein met levendige functies en een rustig kindvriendelijk woonmilieu in de Indische buurt en levensloopbestendige woningen met een frisse monumentale uitstraling in de Czaar Peterstraat en de Spaarndammerbuurt - hebben een zichtbare bijdrage geleverd aan de duurzame ontwikkeling, dynamiek en vitaliteit van deze stadswijken.

 

De drie projecten spreken tot de verbeelding door hun autonome kwaliteit. Uit de elegante en creatieve oplossingen die zijn gevonden voor de typische uitdagingen van binnenstedelijke herontwikkelingslocaties, spreekt de synergie tussen architect en ontwikkelaar. De jury prijst de verbreding van het woonaanbod die met deze projecten is gerealiseerd in de betreffende buurten. Voor zowel de huur als de koop bleken de ontwikkelaars producten te hebben ontwikkeld die voldoen aan een latente vraag.

 

Over de prijs-kwaliteitverhouding kan de jury door gebrek aan gegevens zich niet uitspreken. Hoewel de opdrachtgevers (alle drie niet commerciële corporaties) aangaven tevreden te zijn met de verkoop en verhuur is er bij alle drie sprake van een onrendabele top. Dat voor deze corporaties maatschappelijke en strategische doelstellingen belangrijker zijn geweest dan financieel rendement is te prijzen. Maar de jury is zich ervan bewust dat de genomineerden geen financieel model vertegenwoordigen voor vergelijkbare projecten in de toekomst. Dat is jammer. Het is in het belang van stadsbestuurders, opdrachtgevers, architecten en andere betrokkenen dat projecten met deze kwaliteit, ambities en impact tegen lagere kosten (of hogere opbrengsten) zijn te realiseren.

 

Genomineerde 1: Het Spoor van FKG Architecten aan de Zaan en opdrachtgever De Key

Bij het project Het Spoor heeft De Key gekozen voor een radicale en innovatieve transformatie van een verouderd en onveilig blok portiekwoningen. Hoewel het gebouw reeds bestond, vond de jury dat het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam terecht Het Spoor heeft geselecteerd voor de nieuwbouwprijs. Door de slimme omkering van slaap- en woonkamers en een nieuwe ruim en mooi vormgegeven galerij, ontstond de mogelijkheid een centrale ingang te creëren met lift en royaal trappenhuis. De ingrepen geven de oude en nieuwe bewoners het comfort van een modern woongebouw en de herkenbaarheid van een monumentale gevel. Het historische karakter van de gevel is speels geaccentueerd door het zorgvuldige herstel van de hekwerken in de Franse balkons (‘de wenkbrauwen’ van de façade). Sociale huur en vrije sector huur- en koopwoningen zijn gegroepeerd per verdieping. Hierdoor is de ontmoeting tussen verschillende doelgroepen mogelijk maar niet geforceerd. Het programma past bij de gewenste ontwikkeling van de buurt. Levensloopbestendige woningen in de Spaarndammerbuurt betekent dat bewoners met beperkt budget in de buurt ouder kunnen worden. Vrije sector woningen voor gezinnen en meer vermogende Amsterdammers zorgen ervoor dat de dominantie van sociale woningbouw in de Spaarndammerbuurt wordt verminderd. De appartementen zijn uitgerust met vloerverwarming. Samen met de geluids- en brandisolatie is het plafond jammer genoeg verlaagd. De elektriciteitskasten zijn ruim genoeg om ook te dienen als bergruimten. Het ontbreekt aan inbouwkasten in de slaapkamers en de keukenblokken zijn ontberen charme en soms is er geen logische indeling. Ook bleek een deel van de vrije sector woningen alleen via een aparte trap en niet per lift te bereiken. Welstand vond het niet gewenst dat de galerij aan de achterkant doorliep tot het einde van het blok. De jury is van mening dat de belangen van de gebruikers hier zwaarder hadden moeten wegen dan de beleving van de achtergevel.

 

Genomineerde 2: Borneohof van architectenbureau Geusebroek Stefanova in opdracht van De Alliantie
Dit project bestaat uit twee werelden: het nieuwe autoluwe Javaplein met publieksfuncties en winkels in de plint en een residentiële enclave erboven. De eerste opgave voor ontwikkelaar en architect was het creëren van een open en levendig plein voor de Indische Buurt. Deze mocht ontstaan door de sloop van het oude Borneoblok. De nieuwe rooilijn wordt geaccentueerd door een hoge arcade en een toren op het pleingebouw. Over de vorm en architectuur van gevel en toren waren een aantal juryleden zeer kritisch: proportioneel niet goed en niet noodzakelijk. Afgaand op de drukte zijn de buurtbewoners blij met de komst van de bibliotheek en de espressobar in de arcade. De meeste indruk maakte het intieme en zeer verzorgde woonmilieu dat is ontstaan op twee verdiepingen boven het maaiveld. De doorsnede van het blok toont dat de verschillende woningtypen (gelijkvloers, dubbelherenhuis, rolstoeltoegankelijk etc.) slim zijn geplaatst op een plint met onder andere een bibliotheek en een sportschool en een inpandige parkeergarage. Bewoners en bezoekers betreden deze verstilde binnenwereld door twee poortachtige trapingangen met hoge muren die door Piet Hein Eek zijn bekleed met oude deuren uit de gesloopte woningen. Bovengekomen zijn de woningen gegroepeerd rond verschillende kleine hoven (denk woonerven) met ingetogen tuinen en ruime semi-private galerijen met geluiddempende houten vlonders. De laatste benadrukken het vriendelijk en persoonlijk karakter van de ruimten die de bewoners delen. In de woningen is het contrast tussen het drukke Javaplein en de groene hoven nog sterker voelbaar. De opdrachtgever vertelde dat de woningen oorspronkelijk alleen voor de verhuur bestemd waren, maar dat de verkoop een onverwachts succes was. Dat beaamde de bezochte bewoners van de koopappartementen. De VVE is zeer actief. Ook in deze woningen bleken de architect en ontwikkelaar de behoefte aan bergruimte en inbouwkasten te zijn vergeten.

 

Genomineerde 3: De Keyzer van FRANTZEN et al architecten en opdrachtgever De Key

Dit eerste grote project van architecten FRANTZEN et al vond de jury sympathiek, esthetisch prikkelend en gebruikersvriendelijk ontworpen. Het complex van vier lagen doet in alle opzichten zijn best onderdeel te zijn van de fijnmazige, maar roemruchtige Czaar Peterbuurt. De bouwmassa en footprint zijn dezelfde als die van de gesloopte dubbeltjespanden. De gevel is tijdloos en past bij de buurt. In de lichthoven zijn de oude gevelankers op speelse wijze hergebruikt. Dit geeft de bezoeker het gevoel dat het wellicht om een transformatie van een bestaand pand gaat in plaats van nieuwbouw. De nieuwe buitengevel is architectonisch innovatief door zijn ritme, zorgvuldige detaillering met kleine verspringingen en variaties. De commerciële ruimten op de begane grond zijn open en makkelijk in te delen naar gelang de wensen van de gebruiker. Door de smalle kavel zijn de woningen licht. De vele ramen en smalle straten zorgen er wel voor dat je als bewoner erg zichtbaar bent voor de buren. De hoven zijn wit en daardoor extra licht. Dat levert een onverwachts maar prettig contrast op met de bakstenen buitengevel. De Key heeft ontdekt dat de doelgroep veel gevarieerder is dan oorspronkelijk was gedacht. Naast de actieve senioren blijken ook jonge professionals en gezinnen bereid €13 per vierkante meter per maand te willen betalen voor een levensloopbestendige woning. Wellicht wordt de Czaar Peterbuurt door deze woonconsumenten al gezien als gewilde woonbuurt in stadsdeel Centrum. Dat doet de jury concluderen dat deze levensloopbestendige woningen samen met de flexibel indeelbare plint wellicht de toekomstbestendigheid van het Solid-concept weten te evenaren. Als de bewezen vraag naar vrije sector huurappartementen op deze locatie in het centrum zich vertaalt naar hogere huurprijzen per vierkante meter kan het project voor eigenaar De Key wellicht nog rendabel worden. Van een aantal woningen grenzen de tweede slaapkamers aan de lichthoven. Op last van de brandweer mochten de ramen daarvan niet te openen zijn. Dit is een concessie die de kwaliteit van de woningen niet ten goede is gekomen.

 

De Winnaar

Uit de drie genomineerde is De Keyzer gekozen tot winnaar van de Zuiderkerkprijs 2011. De jury agreed not to agree, want over smaak valt wel te twisten. Twee juryleden kozen De Keyzer tot beste van de drie vanwege de innovatieve architectonische detaillering en de toekomstbestendigheid van de woningen. Het derde jurylid gaf de voorkeur aan Borneohof om de geborgenheid van het woonmilieu in een ruige wijk en de zorgvuldigheid en zachtheid waarmee de binnenhoven zijn vormgegeven.

 

Juryoordeel over de negen andere geselecteerde projecten

 

Solid 11 - WG Oost Blok C van Tony Fretton Architects in opdracht van Stadgenoot

WG Oost Blok C is beter bekend als een van de Solids van Stadgenoot. Dit is eerste van de twee Solids die we bezochten. In een Solid bepaalt de huurder zelf de functie. Tijdens het bezoek waren verschillende huurders bezig met hun eigen inrichting en afwerking. Er is inmiddels een haarsalon/woning en er komt een hotel, een café en kinderdagopvang. De gevel en de afwerking zijn netjes maar weinig spannend; zij geven niet het robuuste en flexibele gevoel dat we hadden verwacht bij het loft/open plan concept van de Solid. Fretton heeft op het maaiveld een binnenplein gecreëerd zonder duidelijk toegevoegde waarde. De ligging en de inrichting uitnodigen niet tot verblijven. De galerijen boven zijn daarentegen ruim en licht en zullen zeker dienst gaan doen als buitenruimte voor de huurders. De jury was vooraf zeer benieuwd naar de business case van de opdrachtgever. De aanzienlijk hogere bouwkosten blijken niet door de via een veiling bepaalde huurprijzen te worden gecompenseerd. Bewoners en ondernemers hebben prijzen geboden die gangbaar zijn in de buurt. Stadsgenoot krijgt dus geen premium voor een product met kwaliteiten als hoge verdiepingen en flexibiliteit. Dat is jammer, maar de jury vermoed dat voor de consument het product te weinig onderscheidend is om hogere prijzen te rechtvaardigen. Het concept hinkt te veel op twee gedachten. Zelf afbouwen betekent zelf investeren. Dat beïnvloedt de huurprijs die huurders bereid zijn te bepalen. Dus moet het casco eerder goedkoper dan duurder zijn voor de bouwer. De aanwezigheid van sociale woningbouw lijkt ook niet helemaal gepast in dit concept. Grote winst van de Solid is de introductie van de flexibele bestemming. Dit neemt een belemmering weg voor snelle en marktconforme transformaties binnen bestaande en nieuw te ontwikkelen gebouwen. Dit past bij een faciliterende rol van de overheid in de toekomstige stadsontwikkelingsprojecten. Het is te hopen dat het concept in de toekomst tegen lagere kosten wel rendabel kan worden ontwikkeld. Een eenvoudig casco op een goede locatie tegen de juiste prijs lijkt zeker in centraal stedelijke gebieden een interessante combinatie.

 

Het Andrea Ensemble Fase 2 van Geurst & Schulze Architecten in opdracht van Proper-Stok en De Alliantie

Fase 2 van Geurst & Schulze is qua vorm, detaillering en architectuur duidelijk onderdeel van het Andreas Ensemble. De autovrije ruimten en zichtlijnen maken de omgeving van het woonblok overzichtelijk maar spreken niet sterk tot de verbeelding; netjes maar een beetje braaf. De beoogde integratie van Van Eesteren en Berlage vond de jury niet overtuigend en wellicht niet nodig; soms is het beter een eigen karakteristiek te kiezen dan te combineren. De wijk ontbeert een duidelijke toegangspoort en een hart met gezamenlijke ontmoetingsplekken die vanwege de geïsoleerde ligging wel een kwaliteit zouden zijn geweest. De twee cafés (Fashion Hotel café en een espressobar) en de relatie met het water zouden prominenter en speelser aanwezig kunnen zijn. Het bezochte koopappartement is licht, maar de drie slaapkamers zijn klein. Met praktische behoeften als opbergruimte is geen rekening gehouden. Daar zou de verkopende partij sterker op hebben kunnen sturen.

 

Nieuwe Reimerswaal – Blok 1 van Mecanoo architecten in opdracht van Ymere en ASKO

De jury was gecharmeerd van dit ontwerp en de uitvoering. De bezochte bewoners van de levensbestendige woning met twee slaapkamers toonden trots de grote zonnige balkons, de praktische indeling en de verschillende opbergruimten. De jury werd er blij van. De ingebouwde school heeft een ruime en prettige ontvangstruimte aan de straatkant. De galerijen die de appartementen ontsluiten, zijn op prettige wijze doorbroken met trappen en uitstekende balkons waardoor de bewoners elkaar kunnen ontmoeten terwijl ze uitkijken over de speeltuin van de school. Het Makkink & Bey hekwerk rond het schoolplein is speels en mooi gemaakt. Het maakt de afscheiding tussen privé en publiek vriendelijker. De kleine verhoogde terrasjes naast de deuren van de grondgebonden woningen bieden bewoners de mogelijkheid bloemen en een stoel buiten te zetten, maar ook leeg zijn ze niet lelijk. De gymzaal ziet er uit als een box; hij valt uit de toon door het gebrek aan ramen. Ook de parkeerplaats achter de eengezinswoningen doet onnodig kaal aan. Voor beide kan beplanting en begroeiing het nog ontbrekende groene en zachte karakter van het complex toevoegen. Door de crisis is de ontwikkeling van de omliggende blokken vertraagd, maar ook zonder deze ontwikkelingen denkt de jury dat dit blok een positieve impact zal hebben op de bewoners en de omgeving.

 

De Zilverling van LEVS Architecten in opdracht van Rochdale en Far West

Over de Zilverling waren de meningen verdeeld. De jury was unaniem in de waardering van de royale centrale entree hal (ruim, licht en twee verdiepingen hoog), de terpvormige inpassing van de parkeergarage en de potentie van een royaal vormgegeven entreetrap. De corporatie gaf aan dat het ontwerp binnen het gestelde budget was uitgevoerd en dat de samenwerking met de architect had geleid tot innovaties in productie van de balkons en het terugdringen van de kosten daarvan, zonder dat daarbij het ontwerpconcept hoefde te worden aangepast. De expressieve en swingende vorm van de balkons werd echter niet door iedereen gelijk beoordeeld. Een jurylid vond de rondingen een verademing in het strenge rechthoekige karakter van zowel nieuw als oudbouw in de Westelijke Tuinsteden. De andere vond de balkons daardoor onpraktisch en zonde van de potentiële ruimte en uiteindelijk toch beperkte gebruiksmogelijkheden bieden. De indeling van de bezochte woningen hadden twee en drie slaapkamers. Ze waren praktisch (geen rondingen) ingedeeld met ruime opbergruimte. De smalle gangen in de appartementen vond de jury een gemiste kans.

 

New Kit - Woontoren van HM Architecten in opdracht van Eigen Haard

Een luxe woontoren bouwen in een wijk als Kolenkit vraagt moed en een gedegen marktstrategie van de ontwikkelaar. Alleen met bijzonder woongenot, een aantal goede voorzieningen of extra’s kan de koper zijn of haar zorgen over het ruige karakter van de wijk vergeten. Daar is de New Kit niet helemaal in geslaagd. Grote kracht van het ontwerp is de beleving van het indrukwekkende uitzicht door de verdiepingshoge ramen in alle appartementen. In sommige appartementen voel je je letterlijk boven het metro- en treinspoor hangen. Maar terug op straat krijg je het gevoel dat het gebouw los staat van de omgeving. Op de eerste paar verdiepingen zijn commerciële ruimten naar binnen gekeerd; ondanks het vele glas ontbreekt het aan transparantie en zelfvertrouwen op de begane grond. Een espressobar zal zich er niet snel vestigen willen of kunnen vestigen terwijl die juist goed zou passen bij de doelgroep en de vele voetgangers die zich van en naar de hoofdingang van het metrostation spoeden. Zonder dergelijke voorzieningen en uitstraling past het product penthouse niet. Deze staan voor zes ton nog te koop. Hier kun je je afvragen of dit het juiste product is op de juiste plek.

 

De Europa van Álvaro Siza Arquitecto i.s.m. HMADP architecten in opdracht van Ontwikkelingscombinatie Overhoeks en Vesteda

De jury was erg benieuwd naar Vesteda’s interpretatie van luxe in Overhoeks. De witte gevels van het gebouw van Siza schitteren tijdens het bezoek in de zon. De entree en de gangen boven zijn breed, hebben veel marmer en voelen door het daglicht prettig. Het entreegebied is wel een beetje saai: geen boeket verse bloemen of een tafel met bankstel en tijdschriften die je verwelkomen als je net van het pontje komt. Gezien de spectaculaire locatie was de vraag bij De Europa niet of de appartementen aan het IJ een mooi uitzicht zouden hebben, maar hoe goed het uitzicht is uitgebuit in het ontwerp en de indeling van de woningen. Helaas hebben ook de meest luxueuze woningen een standaard beukbreedte van 5,40 meter en een met spuitpleister afgewerkt plafond. Ook ontbreken inbouwkasten of mooie keukens. Op termijn zal Overhoeks zich zeker bewijzen, maar in deze pioniersfase moet je als ontwikkelaar/eigenaar alles uit de kast halen om je klanten te verleiden tegen prijzen van €5.000 per vierkante meter te kopen. Voor evenveel geld huur of koop je hetzelfde product aan de overkant van het water. De tuin en de kade aan de voorkant voelen kaal en op een grauwe dag ontbreekt het aan geborgenheid. Dat hebben ze beter gedaan met de eerste residentiële waterfrontprojecten in Queens West en andere vergelijkbare locaties in New York. De achterkant van het gebouw ligt aan een met zorg en veel groen vormgegeven onderhouden court. De bewoners hebben zich duidelijk ontfermd over deze gezamenlijke ruimte. Deze kan ter inspiratie dienen voor het kwaliteitsniveau van de verdere ontwikkeling van Overhoeks.

 

De Witte Kaap van Claus en Kaan Architecten in opdracht van De Alliantie

De metafoor van een cruiseschip maakte de jury nieuwsgierig naar de binnenwereld en de kwaliteit van de plattegronden van dit markante gebouw. De wit geverfde façade en de ronde hoeken maken het contrast tussen dit gebouw en het door rechthoeken en bakstenen gedomineerde IJburg nog groter en spannend. Het gebouw is een architectonisch statement passend bij de voor woningbouw onaantrekkelijke kavelvorm. Het ligt op een hoek naast een uitvalsweg, dus voor de opdrachtgever en ontwerper een pittige uitdaging om een prettig en behaaglijk woonmilieu te realiseren. Tijdens het bezoek merkten we direct dat de wind altijd harder waait op IJburg dan elders in de stad. De keuze van de architect om verblijfsruimten en buitenruimten van de woningen aan de binnenkant te realiseren is daarmee logisch. Maar vormgeving van die binnenwereld met de claustrofobische patio’s voor de vrije sector woningen en een kaal institutioneel atrium van de verzorgingswoningen hebben een averechts effect: sociaal contact tussen de bewoners lijkt bij voorbaat te worden ontmoedigd. In de plattegrond van de grondgebonden woningen en de appartementen in de spits toelopende kop van het gebouw is veel restruimte. Door de ingewikkelde indeling koop of huur je veel, maar lastig bruikbare meters.

 

Waterbuurt West - Waterwoningen van Architectenbureau Marlies Rohmer in opdracht van Ontwikkelingscombinatie Waterbuurt West

De opdrachtgever van dit project was de eerste en enige die zei dat hij het project direct opnieuw zou willen realiseren. Voor de jury was dit een opluchtende verklaring, want het toekennen van een prijs aan een project waarvan je bij voorbaat al weet dat het niet opnieuw kan worden gerealiseerd, voelt niet gepast tijdens de crisis. Dat de jury deze woningen niet genomineerd heeft, heeft niet zo zeer met het concept (dorp op het water!) te maken alswel met de architectonische keuzes en de relatie tussen de waterwoningen en de woningen op de kade. Wat ontbreekt is het unieke en bevrijdende buitengevoel van een marina. De dobberende woningen zijn ontwikkeld in de oksel van een langwerpig woonblok met ongeïnspireerde poorten en een serie hoge kadewoningen die streng toekijken op hun kleine broertjes in het water. Allen zijn van dezelfde ontwikkelaar. Het geheel wordt overschaduwd door een gigantische elektriciteitsmast. Alle drie hebben een intimiderend effect op je als je op de bruggetjes van het waterdorpje begeeft. Er zijn verschillende woningtypen maar ze zijn allen uit dezelfde materialen (polyester) opgetrokken en hebben dezelfde witte kleur. De keuze voor wit wordt gemotiveerd om het ook op donkere dagen een licht gevoel te geven, maar het levert een eenzijdigheid op die niet zo goed lijkt te passen bij het per definitie autonome karakter van op het water wonen. Marlies Rohmer heeft een aantal spannende woningtypen (huis op paal, wow!) ontworpen, maar als onderdeel van een repeterend ensemble verliest het individuele huis zijn zeggingskracht en identiteit.

 

Solids 1 en 2 van Baumschlager Eberle in opdracht van Stadgenoot

Trots en imposant torent dit Solid complex boven alles en iedereen op IJburg uit. Het tijdloze van het Solid concept wordt gesymboliseerd met een grote klok in de voorgevel. Daarmee geeft het gebouw IJburg een monumentaal en praktisch oriëntatiepunt. Als je het complex nadert vind je tegen je verwachting in de entree van het gebouw aan de zijkant. Eenmaal binnen gekomen zijn de gangen zowel beneden als boven stijlvol betegeld in kleurrijke patronen. Het hekwerk is een ontwerp van Karel Martens. Aan zelfvertrouwen en royale proporties bij dit gebouw geen gebrek. Zeer hoge plafonds en een lange reeks hoge smalle ramen geven de bezoeker van de nu nog lege verdiepingen het gevoel de boardroom van een grote multinational of de ballroomzaal van een hotel in New York binnen te lopen. De opdrachtgever vertelt dat het eigenlijk om twee gebouwen gaat. Hoewel de façade iets verspringt wordt niet duidelijk waarom dat zo is of zo moest zijn.

 

De jury bezoekt dit jaar twee Solid projecten. Het vergelijken van de twee is onvermijdelijk. Hoewel de geboden huurprijzen voor de Solid in Oud-West te laag zijn voor een rendabele exploitatie is het gehele gebouw bij de eerste veiling verhuurd. Op IJburg bleek de vraag naar dit nieuwe vastgoedproduct veel lager; slechts op 50% van het verhuurbare oppervlakte werd door huurders geboden. Waar ligt dat aan? Zowel binnen als buiten bekruipt de jury het gevoel dat er iets niet klopt. Is het gebouw te hoog in zijn relatie tot de omgeving? Wil je hier zitten als je behoefte hebt aan een loft-achtige ruimte? Wat is het voordeel van zelf een woning of bedrijfsruimte creëren als het gebouw al zo uitgesproken is vormgegeven? De jury vermoedt dat het vooral een combinatie van factoren is: een ‘displaced product’ waarvan de vormgeving niet past in de omgeving en waarvan de doelgroep zich liever elders in de stad vestigt. Voor de jury blijft het concept Solid interessant maar wel in een stedelijke context - binnen de ring - waar de meerwaarde voor de afnemer het grootst is.

Over deze site

Disclaimer
Amsterdam.nl